Prins uit den vreemde - Carnaval in Schorsbos gaat beginnen
Zoals al eerder in deze notitie aangegeven hebben enkele mannen (en vrouwen?) van het eerste uur zeer duidelijk geproefd van het carnaval in Oeteldonk. De vonk sloeg over en dat resulteerde in het voornemen om ook in Schijndel met dat georganiseerde volksfeest te starten. Ik denk dat de initiatiefnemers tot het oprichten van Prinsenclub De Hopplukkers – het eerste vaandel, gerestaureerd door Ad Kooijmans, vervaardigd door Loetje Wouters, de eerste prins van Schorsbos- twee zaken duidelijk vanuit Den Bosch hadden meegekregen.
Als je een dergelijk evenement op poten wil zetten heb je een goede organisatie nodig. Er moeten regels zijn om dat feest op een goede wijze te kunnen vieren. Kortom: je hebt een club nodig die het voortouw telkens neemt, maar die ook alles nauwkeurig blijft volgen en zonodig aanpast aan hetgeen de ontwikkelingen meebrengen. Het carnaval stond in de kinderschoenen en structuur moest gestalte worden gegeven. Het zal duidelijk zijn dat in de beginperiode van De Hopplukkers het allemaal stapje-voor-stapje voorwaarts ging.
Naast een goede organisatie moest geld op tafel komen. Het is niet verwonderlijk dat de middenstand bij het ontstaan van vele carnavalsgemeentes van essentieel belang was. Het was de burgerlaag die over geld beschikte. Als je nu mensen van die middenstand in de club had, had je in ieder geval een financiële basis. Alles moest in het begin zelf worden bekostigd. Hierin zaten bijvoorbeeld ook mensen die een bouwbedrijf hadden. Deze personen stelden bijvoorbeeld voor de wagenbouwers materiaal, heel vaak gratis, ter beschikking. In een schuur of loods kon gebouwd worden. Kleding en allerlei attributen die nodig waren om de club naar buiten een uitstraling te geven werd betaald uit de eigen portemonnee. Voor al die "uitspattingen" moest je dus wel bereid zijn om in je buidel te tasten.
Bij dit onderdeel kunnen we zeker niet om het feit heen – iets wat in elke stad en dorp een belangrijke rol heeft gespeeld en wellicht, gelet op uitspraken die je hier en daar nog hoort, - dat "het gewone volk", de arbeiders en de boeren, zich vaak tegen die middenstand afzette. Nog heden ten dage hoor ik "O, die hoge heren van het centrum", "die kunnen het allemaal goed betalen" als men het heeft over leden van de Prinsenclub.
Men keek tegen de club op, maar misschien was het meer argwaan! Dit moet zeker in het begin het imago van de club hebben bepaald. Overigens hoor ik die kreten, zoals reeds gezegd, nog. Men moet dat eigenaardig clubje met Argusogen hebben bekeken. Dat imago werd nog versterkt als je notabelen binnen of om je club had participeren. Langzaamaan werden de carnavalsclubs opgericht. Met de muziek was het schaars. Een groepje muzikanten van de Koninklijke Harmonie vormde de Hofkapel. Meer hadden we niet. Tijdens de optochten moest een harmonie uit Beverwijk worden ingehuurd om naast de harmonie en de hofkapel de optocht muzikaal op te luisteren.
Het samenspel tussen De Hopplukkers en de carnavalsclubs, later verenigt in de SOK, is moeizaam verlopen. Er was een kloof, een hiaat. Ook de Hofkapel was een groepje op zich. Men ging met De Prinsenclub mee. De eenheid werd van tijd tot tijd beter. In de begindagen van De Prinsenclub dineerden in De Zwaan de dames gescheiden van de heren… Hierin zie je dat De Prinsenclub een mannenclub is. Praten over een prinses?!!
Het is niet vreemd dat De Prinsenclub zich heeft laten leiden door hetgeen wat er in Oeteldonk geschiedde. Oeteldonk was immers voor de omliggende dorpen het grote voorbeeld. In grote lijnen, met hier en daar kleine lokale toevoegingen c.q. aanpassingen waardoor in elke gemeente toch een soort eigen carnaval, protocol, evenementen etc. ontstond, werd de structuur van Den Bosch overgenomen. Schijndel heeft overigens altijd een speciale band met Oeteldonk gehad. Diverse leden van De Prinsenclub hadden daar regelmatig hun contacten. Zo is o.m. een specifieke band ontstaan met de hofkapel De Kikvorschen met als kapelmeester Jan Somers.
Zo belanden we nu op het punt waar het in feite om gaat: de prins. Den Bosch had een prins van buiten de gemeente. In het carnavalsspel verliet de hoogheid tijdens de carnavalsdagen zijn zomerpaleis om vanuit het winterpaleis zijn onderdanen voor te gaan in het feest dat carnaval heet. Dat spel van de hoogheid, onaantastelijk boven het volk verheven, met alle eer bejegend, met zwier zijn scepter zwaaiend over Oeteldonk, maar zeker een prinselijke ambiance uitstralend en ook als een heuse prins behandeld worden, werd door de Schorsbossers overgenomen. Een prins die boven de partijen staat, zich niet bemoeit met volkse aangelegenheden. Een man waarnaar men uitziet en die zijn ambt alleen met de carnavalsdagen uitoefent en dan weer verdwijnt naar zijn zomerresidentie. Uiteraard wordt hij bijgestaan door een adjudant en wordt het gemeentelijke aspect overgelaten aan de burgemister al dan niet bijgestaan door een wethouwer. Ook de figuur van een soort veldwachter, hofcommissaris om de orde te handhaven, wordt in het leven geroepen. De Raad van Elf neemt de plaats in van de gemeenteraadsleden. In de loop der tijd worden figuren als een Grootvorst, vorst en PreZident in de rij der notabelen en bestuurders opgenomen.
De eerste prinsen in Schorsbos hebben ook de kledij gelijk aan die van de prinsen Amadeiro in Oeteldonk. Het pagepak met een pofbroek en lange kousen. Na verloop van tijd wordt dat afgeschaft en gaat de prins in Schorsbos gekleed in een rokkostuum. Steek met veren wordt overgenomen van het Rheinlandse carnaval. De raad, ook eerst in rok, gaat over in de gemakkelijker zittende smoking. Er worden onderscheidingen met naam ingesteld. Het illustere gezelschap De Hopplukkers krijgt decorum. Er komt een eigen protocol die waar nodig ook in de loop der tijd wordt aangepast. Zo komt ook de functie beschermheer binnen de club.
De eerste prins van Schorsbos is een Schijndelaar die ook in Schijndel woonachtig is. Ik denk dat dit ook voor de hand ligt. Je moet starten en wie krijg je van buitenaf als prins als je nog niets hebt opgebouwd. Het zal ook allemaal in gemoedelijkheid(!) zijn gegaan alhoewel de heren van toen ook op hun strepen konden staan. Overigens de tweede prins van Oeteldonk, een ex-Bosschenaar, werd uit Engeland gehaald. Voor drie dagen kwam hij over naar Oeteldonk.
De Prinsenclub kreeg eigen statuten en een huishoudelijk reglement waarin diverse zaken werden geregeld. Men nam het voortouw om het openbaar carnaval middels diverse activiteiten in Schijndel op de rails te zetten.
Er waren en zijn vele gemeenten die de trend van Den Bosch en Schijndel niet hebben doorgevoerd of hetzij gedeeltelijk naar gelang het aanbod van prinsen. De diversiteit van keuze is groot. Een prins komt uit de raad van elf of uit een van de carnavalsclub. Er zijn gemeenten die een bekende dorpeling nemen of een bepaald figuur uit het bedrijfsleven (financiën!). Er zijn gemeenten die elk jaar een andere prins de scepter laten zwaaien. In Schorsbos regeert een prins voor één jaar. Als hij goed heeft gefunctioneerd en hijzelf en prinskeuzecommissie zien een tweede regeringsperiode zitten, kan hij voor het tweede jaar worden benoemd. Er kan ook nog een derde jaar volgen, maar dan zal hij het prinszijn vaarwel moeten zeggen. Na het derde jaar kan de titel vorst worden toegekend.
De prins staat boven de partijen en dient ook als prins te worden behandeld. Hij staat duidelijk boven alle partijen. In zeker zin wordt hij afgeschermd door de adjudant en de hofcommissaris. Een prins spreek je aan met hoogheid en niet met "hé Piet, om maar een naam te noemen, krijg ik een pilske". De prins tik je niet op zijn schouders. Je behandelt hem met alle egards. Het strakke protocol regisseert het totale spel van de prins. De prins bestelt zelf niets. Hij krijgt een pilsje aangeboden of geeft opdracht er een te bestellen. Geen amicale arm om zijn schouders. Het spel vereist afstand. Zo kan een prins niet betrokken worden bij een situatie waarvan hij niets weet of waarin hij een stelling neemt.
Met dorpse perikelen en problematieke tussen personen en clubs heeft hij niets te maken. Hij speelt een neutrale rol. Dat kan hij ook, omdat hij in feite met de gewone gang van zaken in het dorp niets te maken heeft. De hoogheid laveert zich zwierend tussen de onderdanen. Hij is geen schetsfiguur, maar duidelijk een regeerder. Als hij zijn regeringsperiode er op heeft zitten, verlaat hij het dorp en heeft in feite niets meer met dat dorp te maken. Hij heeft er even vertoefd. Dat is alles. Zo wordt hij niet betrokken bij twisten, geschillen, vetes, die er wellicht heersen. Hij staat er boven.
Hij speelt zijn rol als een echte prins: neen, hij is de prins. Ook voor de raad van elf is een beschermende rol weggelegd. Ook de leden van die raad letten op of alles volgens het protocol verloopt en zullen de prins in de gaten houden. De spil is de hofcommissaris. Hij houdt niet alleen de prins in het oog, maar ook de leden van de raad. Als er zich iets voordoet, dat in zijn ogen niet door de beugel kan, grijpt hij in. Een dronken prins en een lallend raadslid etc. zijn uit den boze. Rustig afvoeren is dan de boodschap.
Het protocol, het script voor het feest, is een strak stramien. Als men zich daar niet aan houdt, loopt het een en ander zeker mis. Het ogenschijnlijk "losse feest" wordt duidelijk geredigeert. De Prinsenclub neemt hierin het voortouw. Deze heeft een aantal taken toebedeeld gekregen. Deze club levert een prins, zorgt voor de optocht, laat een carnavalskrant uitkomen, organiseert de zittingsavonden, het gehandicaptenbal en de prinsenreceptie. Was voorheen ook verantwoordelijk voor de elf-elfviering, later samen met een carnavalsclub, en zorgt voor de eucharistieviering op carnavalszondag. In een eerder stadium had men ook de klompenklets in de portefeuille zitten. De bezoeken aan de bals van de senioren behoort ook tot een der taken. Binnen de Prinsenclub zijn diverse commissies werkzaam.
Als er meer carnavalsclubs worden opgericht, een overkoepelend orgaan van die clubs , SOK, het levenslicht ziet en de gemeente subsidiegeld gaat geven, wordt er een aparte stichting in het leven geroepen, Stichting Karnaval Schijndel. Het is deze stichting die de genoemde taken aan de Prinsenclub heeft gedelegeerd beheert en verdeelt de financiën. Ook de Schijndelse horeca gaf en geeft een bijdrage aan het vieren van openbaar carnaval.