Prins uit den vreemde - Veranderingen binnen het Carnaval
Carnaval is ook steeds meer commercieel geworden. Werden vroeger vaak vele zaken belangeloos verricht, nu worden voor activiteiten gelden gevraagd. Dat is het teken van de tijd. Carnavalvieren is ook een aardig dure aangelegenheid geworden. Wat kost een pilsje, een instrument, het bouwen van een wagen of realiseren van een loopgroep en ga zo maar verder. Een avondje vergaderen levert een aardige nota op. Zeker als je nog in een bestuur of commissie zit. Kasteleins maken met een club bepaalde afspraken waardoor er een financiële verademing kan ontstaan. Carnaval hoort primair ook thuis in de horeca. Ik denk dat je dat ook moet blijven stimuleren.
De komst van de euro en de verhogingen van ons natje en droogje, de economische omstandigheden etc. plegen een aanslag op de portemonnee. Ga maar eens een middagje met vrouwlief en enkele kids carnavalvieren. Dat loopt aardig in de papieren. Laat staan als je alles wilt meemaken. Dan wordt carnaval een dure aangelegenheid. Als je dat gaat afwegen tegen acht dagen Turkije all inclusief dan laat het zich raden wat een aantal mensen zal gaan overwegen. Het aantal horecazaken in vergelijking met de vroegere jaren is drastisch teruggelopen.
Dat heeft het bekende dweilen moeilijk gemaakt. Je moet van de Boschweg naar het spoor heel wat metertjes afleggen en als het weer het dan laat afwegen dat wordt het echt een boetetocht. Carnaval gaat zich meer en meer concentreren. Kroegen die dan dicht bij elkaar liggen hebben daar profijt van. Ligt men veraf dan zal men eerder de deuren sluiten. Ook zijn etablissementen zich gaan richten op een bepaalde doelgroep.
Enkele carnavalsclub zijn verdwenen bij gebrek aan jonge aanwas. Andere clubs zijn opgestart. Dat zal altijd wel zo blijven. Het krappe aanbod van etablissementen heeft ook een weerslag op het aantal carnavalsclubs. Ideaal is dat elke club zijn eigen stamcafé heeft. Nu komt het voor dat een horecabedrijf aan een paar clubs onderdak biedt.
Zeer zeker heeft de uitbreiding van het aantal vrije dagen met carnaval geleid naar een verminderd aantal carnavalvierders. Men kreeg een week vrij. Velen gingen die week als een vakantieweek invullen. Een weekje op wintersport of naar de Middellandse Zee. Dat was eigenlijk niet de bedoeling. Momenteel gaan er stemmen op om die vakantieweek weer terug te brengen tot de echte carnavalsdagen.
Horecabedrijven zijn minder in aantal geworden. Er zijn etablissementen die ook een verandering hebben ondergaan in die zin dat het echte café is veranderd in een eetcafé. Dat geeft ook bepaalde consequenties ten aan zien van het carnavalvieren. Het uitruimen van een eetcafé kost heel wat werk om het geschikt te maken tot een echt carnavalscafé. In het zuiden zijn dergelijke cafés met carnaval gesloten gebleven. Een slechte ontwikkeling voor het feest carnaval. Dat zal clubs overwegen om het horecagedeelte met carnaval in eigen hand te nemen geholpen door een kastelein die dat carnaval wel ziet zitten.
Moest men vroeger op pad om allerlei carnavalsactiviteiten mee te beleven, nu heeft elk dorp nagenoeg een eigen omroep die het carnaval via radio en televisie verslaat. Lekker vanuit je huiskamer kun je alles volgen. Dit is zeker voor senioren en zieken een schitterende oplossing, maar het zorgt er wel voor dat een aantal mensen op locatie wegblijft.
Over de financiën hebben we het al gehad. Zitten we in een recessie dan zal dat onmiddellijk op allerlei terrein merkbaar zijn. Ook dus het carnaval. Het wordt dan moeilijk om sponsors te krijgen die een bepaalde activiteit willen ondersteunen. Het wordt dan voor de organisatoren een passen en een meten om iets gerealiseerd te krijgen.
De hoeveelheid feesten, evenementen etc. die een mens voortaan voor zijn kiezen krijgt, is enorm. Er is een overdaad en overdaad schaadt, is nu eenmaal het spreekwoord. De spanning gaat er dan af en men haakt gemakkelijker af. Men zal gaan kiezen. Daar gaan we wel heen en daar niet. Of waar men eerst met een hele groep naar toe ging, gaat nu een delegatie.
Bovendien moeten de feesten groots van opzet zijn. Men is dat gewend van de televisie, disco´s, stadions, maneges enz. Drukte moet er zijn. Men denkt massaal. Kleine dingen vindt men minder interessant. Eerste vraag naar het beleven een evenement is vaak "Wat het druk?" en niet “Hoe was het?" in de zin van de kwaliteit.
De televisie is ook debet aan het feit dat we alles als “televisiebeelden"gaan bekijken. Men is gewend aan flitsende beelden die vaak knap zijn gemonteerd zodat er een "snel" evenement wordt gepresenteerd. Wachten, een kleine pauze, aanvaardt men als hinderlijk. Als een optocht wordt opgehouden door een of ander intermezzo heeft men daar verderop problemen mee. Alles moet als één vloeibaar geheel aan het oog voorbij trekken. Steeds meer mensen willen zich laten vermaken in plaats dat zij iets op touw zetten waarmee mensen zich kunnen vermaken. Elke vereniging, club, heeft hier mee te kampen.
De categorie Schijndelaren in de leeftijd van pakweg 13 t/m 16 jaar heeft behoefte aan een eigen invulling van carnaval. Dat geldt vooral in manier van muziek beleven en samenzijn. Disco´s zijn hier een voorbeeld van. Deze groep laat zich moeilijk inkapselen door bijvoorbeeld bij een club te gaan. Met hun eigen groepje vrienden en vriendinnen viert men carnaval. Wellicht is te overwegen om iets voor deze categorie te organiseren.
Ik wil dit hoofdstukje afsluiten met een gedachte die al eerder is verwoord. Niet iedereen zal carnavalvieren zoals een man of vrouw dat beleeft die het carnaval in het bloed heeft zitten en waarvan het carnaval een deel uitmaakt van een manier van leven.